#Modegek in Bulletin

Een bezoek aan de tentoonstelling #Modegek was onlangs het onderwerp voor een artikel in het blad Bulletin door Erna de Groot. In het beeldende artikel vertelt Erna in het kort wat ze ziet, haar associaties daarbij en de redenen waarom je de tentoonstelling moet bezoeken.

In een beroemde scene in “The Devil wears Prada” (2006) leert hoofdredactrice Amanda Priestley (Meryl Streep) haar nieuwe assistente een lesje: die denkt misschien dat zij geheel autonoom zo maar een trui heeft aangetrokken, dat zij niets met mode te maken heeft, maar niets is minder waar. Fijntjes legt Amanda de weg van couture via luxe confectie naar massaconfectie uit. Dat de specifieke kleur van haar trui als modekleur in de confectie terecht kwam – en dat zij juist die trui kon kiezen – was de laatste stap in een proces dat volledig bepaald werd door de beslissers in de mode-industrie (onder wie natuurlijk de hoofdredactrice zelf). Hoe zo vrije keuze?

De makers van de tentoonstelling # MODEGEK Ingesnoerd of ongebonden? stellen die zelfde vraag. Is er werkelijke vrijheid in onze kledingkeuze of hebben wij de beperkingen van de korsetten en rijglijven ingewisseld voor de dwang van de mode-industrie?

Huiver even mee: in Nederland koopt men gemiddeld 46 kledingstukken per jaar, een stuk wordt gemiddeld 7 keer gedragen. Er worden wereldwijd 100 miljard kledingstukken per jaar gemaakt; er wordt € 500 miljard aan reclame gespendeerd. Iedereen heeft met mode (en de mode-industrie) te maken, of je je ervan bewust bent of niet; of je wilt of niet.

Museum van de Vrouw in Echt laat in 12 tableaus de ontwikkeling van de westerse vrouwenmode zien gedurende de laatste 150 jaar. Het startpunt is niet willekeurig gekozen: de industriële revolutie bracht meer en goedkoper textiel, goedkopere productiewijzen én de naaimachine voor de burger thuis. Er kwam confectie, er kwamen warenhuizen.

Dit alles maakte dat mode niet meer het domein was van de hogere standen en de rijken maar voor iedereen bereikbaar werd.

Daarbij kwamen maatschappelijke veranderingen, waaronder de emancipatie van de vrouw en een grotere deelname aan het arbeidsproces. Vrouwen werden economisch zelfstandig, in staat om zelf te kiezen en te beslissen; vér verwijderd van het 19e -eeuwse stereotype van kwijnend op de sofa liggen.

In 12 stappen lopen we door de ontwikkelingen in die periode. Van de Victoriaanse crinolines en tournures naar de Art Nouveau reformjaponnen, van de strompeljurken van Poiret naar de Flapper Girls, van de Glamour van de jaren ’30 naar de New Look, van de Rock & Roll naar de Swing naar de Disco naar de Punk om uiteindelijk bij het heden uit te komen. Korsetten, rijglijven, stugge stoffen en formele kledingvoorschriften maken plaats voor vrijheid blijheid, de spijkerbroek, soepele en rekbare stoffen en gender neutrale kleding. De kleding wordt aangevuld met accessoires en objecten uit de desbetreffende periode. Bij elk tableau geeft een korte tekst informatie over de maatschappelijke ontwikkelingen en de heersende trends.

Alle getoonde stukken komen uit de collectie van het museum zelf, het zijn veelal stukken gedragen door vrouwen uit de regio. Dit maakt het bekijken een feest van herkenning, afgrijzen en nostalgie: “Oh zo’n jurk droeg ik ook. “, “Mijn oma had ook zulke sieraden.”, “Dat we daar in liepen”, “Vroeger zagen vrouwen er tenminste nog elegant uit.”

Kijkend naar de films die vertoond worden, onder andere met vermakelijke en leerzame aankleedprocessen, raak je al gauw in gesprek met de medebezoekers, ieder heeft zo zijn eigen verhalen en herinneringen.

In het laatste tableau wordt expliciet verwezen naar de enorme omvang van de mode-industrie en wordt de vraag gesteld of iemand hierin werkelijk nog autonoom kan zijn. Over de discussies rondom de hoofddoekjes, niqabs en aangepaste sportkleding voor moslima’s wordt niets gezegd, terwijl juist bij dit onderwerp vrije keuze (of niet) een centraal punt is. Andere vormen van dwang, zoals uniformen (hoe zag het eerste vrouwelijke politie-uniform er uit?) of sociale dwang (als leerling nét niet de goede spijkerbroek dragen, de Zuidas in Amsterdam) of de ontwikkelingen in de sportkleding (denk Suzanne Lenglen in haar o zo onhandige maar o zo vrouwelijke witte rokken) komen niet aan de orde.

Het museum is gehuisvest in het voormalige gemeentehuis. Het is niet groot, desondanks lukt het de makers om veel te laten zien. Er is zelfs een kleine pasruimte waar van alles gepast mag worden, en voor de kleine bezoekers zijn er Barbies om aan te kleden.

De moeite waard dus, al ging ik helaas wel met één illusie minder naar huis: kan ik ooit nog autonoom beslissen dat ik écht niets meer heb om aan te trekken?

Het Museum van de Vrouw in Echt wil het vrouwenleven in al zijn facetten presenteren. De tentoonstelling is te zien tot 1 december 2019.

Dit artikel is gepubliceerd in de editie mei 2019. Alle rechten zijn voorbehouden aan Bulletin, Nederlandse Kostuumvereniging en schrijfster Erna de Groot.

Het Bulletin is het mededelingenblad van de Nederlandse Kostuumvereniging waarin korte artikelen over allerlei onderwerpen, nieuwtjes, oproepen van leden en een tentoonstellingsagenda u op de hoogte houden van wat er speelt op mode- en streekdrachtgebied. Meer informatie over Nederlandse kostuumvereniging? Klik hier.